Orgel

Het hoofdorgel van de Oude Kerk Scheveningen

0Op zondag 12 mei 1765 vond in de kerk van Scheveningen een bijzondere middagdienst plaats. Het nieuwe orgel – gebouwd door de Haagse orgelbouwer Gerard Steevens – werd in gebruik genomen. Tot dan had eeuwenlang de gemeente met behulp van een voorzanger de liederen gezongen.

De Maandelykse Nederlandsche Mercurius deed in diezelfde maand verslag (voor de originele tekst zie het einde van dit artikel). Daaruit blijkt, dat door de nieuw benoemde organist Jan Harteveld vooraf drie bijzondere psalmen waren gespeeld en dat hij, na het begin van de dienst, psalm 33 ten gehore had gebracht. De predikant van Scheveningen – Christianus van Steeneveld – was daarna verantwoordelijk voor de preek, een toespraak én een Zegenwensch, gericht tot zowel de Magistraat van Den Haag – die dus aanwezig was, mag worden aangenomen – als tot de schout, het bestuur en de kerkmeesters van Scheveningen. Ter onderbreking zong de gemeente het tweede vers van psalm 150. De aanwezigen werd gevraagd ter afsluiting de laatste drie coupletten van psalm 57 te zingen. Als bijzonderheid vermeldde de Mercurius nog, dat de begeleiding van deze toepasselijke psalm én het spel daarna werden verzorgd door Albertus Groneman, organist van de Haags Grote Kerk, die na afloop het welklinkend geluid van dit nieuwe Scheveningse kerk-orgel, tot vergenoegen en verlustiging van veele Dorp en Vreemdelingen, nog geruime Tyd deed hooren. Door de eeuwen heen heeft het instrument altijd in de belangstelling gestaan en de nodige zorg bij restauraties gekend. Mede daardoor is het een aantal jaren geleden op de lijst van beschermde monumenten geplaatst.

Onderstaand kunt u 2 orgelbespelingen beluisteren van de hoofdorganist Bert den Hertog.

Het hoofdorgel is gebouwd als een éénklaviers orgel. Opmerkelijk is dan dat het front een tweede klavier suggereert door de horizontale geleding in middentoren en zijvelden; misschien heeft het front er vóór de toevoeging van het tweede manuaal door Lohman in 1845 er anders uitgezien. De stijl van de kas is uitgevoerd in een ingetogen rococovariant; de preekstoel uit 1756 is in dezelfde stijl. Deze stijl is herkenbaar door een lichte asymmetrie binnen zwierige vormen; dit blijkt vooral uit decoratie. Het snijwerk en de drie beelden bovenop het orgel (in het midden David met de harp, op de zijtorens twee bazuinblazende engelen) zijn van de hand van Josephus de Bondt, een fameus kunstenaar. De kas heeft een vijfdelige geleding: één spitse middentoren wordt geflankeerd door ongedeelde zijvelden. Deze middenpartij is omlijst door twee forse zijtorens, die de grootste pijpen van de Prestant (=vooraanstaand) 8 voet (= ongeveer 2 meter 40) van het Hoofdwerk herbergen.

speeltafel_largebovenwerk08_largehoofdwerk06_large

De dispositie luidde (volgens Hess’ dispositieverzamelingen uit 1774):

Bourdon 16
Praestant 8
Holpyp 8
Quintadena 8
Octaav 4
Fluit 4
Octaav 2
Quint 3
Quint 1 1/2
Mixtuur
Cornet
Trompet 8
Vox Humana 8
vier blaasbalgen

De orgelbouwer H.B. en G.W. Lohman herbouwden het instrument ingrijpend (vooral inwendig) in 1845. De kas werd dieper gemaakt, het instrument kreeg zijkantbespeling en er werd een tweede klavier bijgemaakt. Lohman was bekend van het orgel dat hij in 1838 bouwde in de Oude Kerk te Zoetermeer; het Scheveningse orgel kreeg na zijn ingreep een vergelijkbare dispositie (volgens Broekhuyzen 1850-1862):

hoofdwerk05_largebovenwerk03_largepedaal04_large

Manuaal:
Bourdon 16  
Prestant 8  
Holpijp 8  
Octaaf 4
Open Fluit 4  
Roerfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Spitsfluit 2                      
Mixtuur 3-5 st
Cornet 4 st
Trompet 8

Positief:
Roerfluit 8
Viol di Gamba 8
Prestant 4
Flute douce 4
Woudfluit 2
Flageolet 1
Dulciaan 8
Vox Humana 8]

Koppeling b/d
tremulant
ventiel

In 1932 werd het orgel opnieuw uitgebreid en gewijzigd door J. de Koff & Zn. Naar de romantische smaak van de tijd werd om het tweede klavier een zwelkast gebouwd, met daarin een nieuwe Voix Celeste en Hobo. Ook kreeg het orgel een (pneumatisch bediend) vrij pedaal.

In 1972 was opnieuw een restauratie nodig; gekozen werd voor een dispositieherstel uit 1845, met enige wijzigingen. Orgelbouwer Flentrop voerde de werkzaamheden uit; het werd de meest ingrijpende restauratie in de geschiedenis van het orgel. Op het hoofdwerk werden nieuwe registers in oude factuur geplaatst: Quintadeen 8, Mixtuur, Trompet 8; op het bovenwerk: Flageolet 1 en Dulciaan 8. De klaviatuur (verplaatst naar de achterzijde van de kas) en mechanieken werden nieuw aangelegd, evenals het pedaal met 5 stemmen in een aparte kas achter het orgel. In 1979 volgde nog de aanleg van een tremulant voor het hele orgel. De dispositie luidt sindsdien als volgt:

Hoofdwerk:
Bourdon 16          
Prestant 8    
Quintadeen 8    
Bourdon 8    
Octaaf 4    
Quint 3      
Octaaf 2  
Fluit 2      
Cornet 3 st (d)        
Mixtuur 3-5 st
Trompet 8

Bovenwerk:      
Baarpijp 8      
Roerfluit 8      
Viola di Gamba 8  
Octaaf 4          
Fluit 4          
Woudfluit 2        
Flageolet 1
Dulciaan 8

Pedaal:
Subbas 16
Octaaf 8
Octaaf 4
Bazuin 16 (onderste octaaf halve bekerlengte)
Trompet 4

Toonhoogte a’= 440 Hz
Temperatuur evenredig zwevend

Klavieromvang C – f”’
Pedaalomvang C – f’

Windvoorziening: 1 magazijnblag
Winddruk: 85 mm

Samenstelling Cornet: 4- 2 2/3 – 1 3/5

Mixtuur:
C: 2, 1 1/3, 1
c: 2 2/3, 2, 1 1/3
c’: 4, 2 2/3, 2, 1 1/3
c”: 5 1/3, 4, 2 2/3, 2, 1 1/3

Orgelbouwer J.L. van den Heuvel uit Dordrecht voerde in 2006 herstel- en onderhoudswerkzaamheden uit.  Sinds 2010 is het orgel in onderhoud bij de Gebr. Van Vulpen uit Utrecht.

Maandelykse Nederlandsche Mercurius

Tenslotte volgt hier nog het verslag verslag geplaatst in de Maandelykse Nederlandsche Mercurius van Mei 1765 van de ingebruikname van het orgel op 12 mei in dat jaar:

           NEDERLANDEN. ’s Gravenhage. In het vermaarde en alhier naby-gelegen Zee-dorp SCHEVENINGEN, is, op Zondag namiddag, den 12 May (1765), in de Kerk, het Nieuwe Orgel voor de eerstemaal onder het Kerkgezang bespeeld geworden, als het Eerste dat, zedert de Kerkhervorming in de Nederlanden, aldaar is geplaatst.

            Het zelve is door den kundigen Mr. Orgelmaker GERARDUS  STEVENS, in ’s-Gravenhage geïnventeerd [ontworpen] en vervaardigt; zynde van Structure en Harmonie, oog en oor voldoenend.

            Dit Werk ziet men thans in de gemelde Kerk ten Westen tegen den Tooren boven den ingang pronken op een verheven voetstuk, versiert met de Wapens van de Respective Kerkmeesteren Bastiaan van der Harst, substituit [plaatsvervangend] Schout, BOUDEWYN DE WIT, Schepen [een soort wethouder], MARTYNIS DE WIT, PIETER FRANKEN, en SIMON BERKENBOSCH, rontsom het Jaargetal van ’s Orgels stichting 1765, waaronder eene Uurwyzer met verscheidene Cieradien. Twee vergulde Zee-Mannen ondersteunen de Orgelkasse die te wederzyden is bezet met onderscheidene speeltuigen en van boven gedekt  met deels wit geschilderde en vergulde Beelden en verdere Ornamenten. Voorts is het gansche Buiten-Werk als Mahony-Hout geschildert, rustende op eene Wit gemarmerde Basis, die, onder het Orgel en wederzydsche Oxaalen [galerijen], word onderschraagd door twee zeer natuurlyk gemarmerde en met vergulde en gebronste Capiteelen en Basimenten vercierde Colommen, naar de Romeinsche Order.

            Het Binnen Werk van dit Orgel bevat deze Registers:
BOURDON. 16 voet. QUINT. 3 voet. MIXTUUR Bas. VOX HUMANA Bas. TREMULANT. PRESTANT 8 voet. QUINTADENA 8 voet. FLUIT 4 voet. TROMPET 8 voet. Bas. FORTE PIANO voor ’t bovenste Octaaf. TROMPET 8 voet Disc. HOLPYP 8 voet. OCTAAF 2 voet. QUINT 1/2 [?] voet. CORNET Disc. OCTAAF 4 voet Disc. MIXTUUR Disc. VOX HUMANA 8 voet Disc. AFSLUITING. Zynde het Clavier 4 Octaven, boven tot D, met een aangehangen Pedael.

            Na dat het Orgelwerk, ten verzoeke van de Respective Kerkmeesteren, door de Heeren J.F.D.A.G. en J.B. [niet bekend is wie dat zijn geweest] kort te vooren, was geëxamineerd en geaprobeert, wierd op den reets gemelden Zondag Namiddag daarop, voor het begin van den gewoonelyken Godsdienst, 3 Byzondere Psalmen, en met den aanvang zelve, den 33sten Psalm gespeeld, door JAN HARTEVELD, eerste Organist van dit Orgel. Vervolgens deed de Wel Eerw. En Geleerde Heer CHRISTIANUS VAN STEENEVELD, zeer geächt Leeraar aldaar, by die gelegenheid, eene uitvoerige en toepasselyke Leerreden over Ps. 57 vs. 8-12; en eene deftige Aanspraak en dierbaare Zegenwensch, zo aan de Ed. Agtb. Magistraat van ’s Gravenhage, als aan de Schout, Regeering en Kerkmeesteren van SCHEVENINGEN. Tusschen en na de voorz. Leerreden wierd gespeeld en gezongen het 2de Zangvers van Ps. 150; en na dezelve de 3 laatste Zangversen van Ps. 57; welk Accompagnement [begeleiding] als mede het Naspel, A. GRONEMAN Organist van de Groote Kerk in ’s Gravenhage, verrichte; en het welklinkende geluid van dit nieuwe Scheveningsche Kerk-Orgel, tot vergenoegen en verlustiging van veele Dorp en Vreemdelingen, nog een geruimen Tyd deed hooren.