Uurwerk, Klokken en Carillon

Het uurwerk van Huygens

Het uurwerk van de toren van de Oude Kerk heeft in (internationale) uurwerkmakers-kringen en bij iedereen die in deze materie zijn geïnteresseerd enige bekendheid gekregen. De Nederlandse wiskundige Christiaan Huygens (1629-1695) was op zoek naar de mogelijkheid uurwerken nauwkeuriger te laten lopen met behulp van een slinger. Hij deed daartoe proeven in de toren van de Oude kerk. Op 23 januari 1658 tekende hij de voortgang van zijn experimenten aan: Het werk op Scheveningen is tegenwoordig aan de gang, heeft dezen nacht gegaan [gelopen]; de bol is een gewicht van 50 pond, doch denke wat minder er aan te hangen, en zijn veer en ketting wat anders te maken: het heeft naar gissing een quartier in 24 uren verloopen. Ik meijne op morgen na den middag daar weer heen te gaan. Zijn proeven hebben uiteindelijk in Europa en daarbuiten geleid tot een veel nauwkeuriger tijdaanduiding. 

De internationale bekendheid bleek een aantal jaren geleden: toen stond een groepje Japanners aan de kerkdeur met de vraag ‘of zij het uurwerk van Huygens mochten zien’. Het werd echter in de achttiende eeuw vervangen voor het huidige uurwerk, dat echter niet meer in gebruik is. In december 1966 werden de wijzeraansturing en het slagwerk door de Gemeente Den Haag geëlektrificeerd.

Klokken

Eeuwenlang hebben in de toren minstens twee klokken gehangen. Een werd in Den Haag gegoten door Coenraet Antonisz. in 1597, zie foto links, over de andere – kleinere – klok is niets bekend. Deze situatie veranderde in 1798. De kleine klok bleek gescheurd en werd verkocht door de gemeente Den Haag voor 250 gulden, maar niet vervangen. Vanaf die tijd deed de oude klok uit 1597 al het werk: dag en nacht de tijd aangeven op hele en halve uren en dagelijks luiden voor wereldlijk én kerkelijk gebruik. De grote luidklok werd op 7 oktober 1943 weggevoerd en op weg naar Duitsland in het IJsselmeer gegooid en na de oorlog opgevist. Op 29 juli 1946 werd de klok weer in de toren gehesen. Op Monumentendag 2013 werd door de gemeente Den Haag de situatie van voor 1798 hersteld door het plaatsen van een tweede klok, de Joannes, zie foto rechts.

Carillon

Sinds de vijftiende eeuw is het een gewoonte geworden om in de toren een reeks bronzen en zuiver gestemde klokken te hangen, een carillon. Deze spelen als een vorm van openbare tijdaanduiding een kort melodietje, voorafgaande aan de klokslag van een heel en een half uur. Ook werd het gebruikelijk van stadswege een musicus op gezette tijden op deze klokken te laten spelen met behulp van een klavier, bij voorkeur tijdens de markt.

In deze lange traditie kreeg de Oude Kerk in 1975 een spel met 37 klokken in de toren. Het werd deels geschonken door inwoners, door de winkeliersvereniging van de Keizerstraat en door een bijdrage van de gemeente Den Haag. In 2014 werd deze bijzondere soort klokkencultuur erkend als Immaterieel Cultureel Erfgoed.